Stilte wordt vaak gezien als leegte.
Maar wie ooit een moment echte stilte heeft geproefd, ergens tussen de bomen, aan een meer, of gewoon in jezelf, weet dat deze leegte juist ruimte is.
Ruimte vol leven, aanwezigheid, vol echtheid en vol mogelijkheden.
De stilte die je eerst ongemakkelijk vindt
De eerste laag van stilte is vaak onrustig.
Je hoort je eigen hartslag, je denkt ineens aan boodschappen, aan dat gesprek van gisteren, aan iets wat je nog niet hebt afgewerkt.
De oude monniken noemden dit het stuivende zand van de geest, de wervelende lagen die zichtbaar worden zodra er geen afleiding meer is.
En precies daar begint de reis.
Stilte als spiegel
In de oude taoïstische leer wordt stilte gezien als de plaats waar alles naar waarheid terugkeert.
Zoals een spiegel niet hoeft te werken om te reflecteren, zo hoeft stilte ook niets te doen.
Ze toont je eenvoudig wat er is en ook wat er ontbreekt.
Wanneer de mens lang genoeg in de natuur is, wordt het zenuwstelsel opnieuw afgestemd op het ritme van de natuur.
De adem wordt langzamer, de schouders zakken naar beneden en je hart klopt rustiger en regelmatiger.
Je voelt ineens weer leven in jezelf. Of juist dat je al te lang van je eigen pad bent afgedwaald. Je hoofd wordt steeds stiller, gedachten en zorgen verdwijnen meer naar de achtergond.
Er is nu alleen jij en de bomen, vogels en de wind. Stilte is op dat moment geen leegte meer.
De stilte waarin iets begint te verschuiven
En dan is er die diepere laag.
Het moment waarop je voelt dat je niet meer alleen maar luistert naar stilte maar ook die ruimte ervaart.
Dat is de laag waar Eckhart Tolle over spreekt: de ruimte achter de gedachten.
De plek waar het leven eenvoudig is.
Je bent gewoon aanwezig. Net als de natuur.
Deze stilte herinnert je aan wat echt belangrijk voor je is.
Dat wat we vergeten in de herrie van het leven.

