Wie ben ik eigenlijk?
Wie ben jij?

Als iemand mij die vraag stelt, geef ik meestal eerst mijn naam. Daarna vertel ik wat ik doe, dat ik moeder ben van twee juweeltjes, stiefmoeder van twee pareltjes en ook nog eens stiefoma. En partner van mijn geliefde.
Dat is mijn leven. Dus het voelt logisch om dáár te beginnen. Toch?

Nou, mocht iemand dan nog niet genoeg bewijs hebben dat ik leef en bestaansrecht heb, dan zou ik verder kunnen gaan als zus van een broer, dochter van ouders... enz.

Maar ergens klopt het niet helemaal.
Want ik stel mijzelf eigenlijk voor aan de hand van alles buiten mij. Mijn rollen die ik vervul en de taken die ik dagelijks doe.

Maar als dat allemaal wegvalt… wie ben ik dan nog?
Besta ik dan niet meer?

Ik heb gezien wat er gebeurt als je jezelf identificeert met een rol.
Mijn moeder heeft meer dan dertig jaar van haar leven geleefd als “de verlaten vrouw van mijn vader”. Zelfs toen ze opnieuw getrouwd was, bleef dat verhaal haar identiteit dragen. Alsof het vasthouden aan pijn nog altijd meer houvast gaf dan het onbekende van wie ze zonder dat verhaal zou zijn.

En ik begrijp het nu. Als je niet weet wie je bent, dan pak je alles vast wat je wél kunt benoemen.
Een rol.
Een relatie.
Een wond zelfs.
Alles is beter dan leegte.

Pijn vasthouden was voor haar ook beter dan mijn vader loslaten.


Het verhaal van Assepoester, maar dan echt.

Houvast zoeken in een rol ken ik ook. In mijn jeugd gebeurde dat op een andere manier. Ik groeide op in een gezinsstructuur waarin aanpassen de norm was. Luisteren, volgen, meegaan. Meer smaken waren er niet. Ons eigen gezin, of wat er nog van over bleef nadat mijn vader met de noorderzon vertrokken was, loste langzaam op in een ander systeem. Nieuwe namen, in beton gegoten structuren en verwachtingen die voorbij gingen aan mijn gevoel.

Mijn plek moest ik zelf bedenken of, in mijn geval, fantaseren.
Ik voelde me alsof ik nergens echt hoorde. Het gevoel van tussen wal (moeders nieuwe leven) en schip (vaders nieuwe leven).

Dus ging ik (onbewust) kijken: wie doet het wél goed? Wie wordt geaccepteerd door zowel mijn moeders nieuwe gezin alsook mijn vader?
(Korte uitleg; mijn ouders hadden onbedoeld partnerruil gedaan, dus mijn stiefzussen waren dubbelop mijn stiefzussen.)

Mijn stiefzus werd mijn voorbeeld. Ik nam de identiteit van haar over; hoe ze sprak, hoe ze zich kleedde, hoe ze zich bewoog.
Ik verliet mijzelf.

Ik probeerde iemand anders te zijn, omdat ik niet wist wie ik zelf was. Van binnen voelde het niet kloppend. Maar ik moest toch íets zijn.
Ontdekken wie ik zelf was werd niet geleerd in ons huis en zeker niet gestimuleerd.

Ik ontdekte dat mijn gevoel van wie ik was, afhankelijk was van anderen. Of ik erbij hoorde en of ik werd gezien. Als iemand mij een plek gaf, had ik die. Viel die weg, dan was ik niets meer. Dat maakt onrustig en onveilig. Maar heel even iets zijn was in elk geval iets.

Ik was de ene dag het 'zusje' van mijn stiefzussen en de volgende dag kon ik zo weer buiten de deur geparkeerd worden. Want dan was het weer koek en ei met de echte zus.

Ik had een stiefmoeder die een ontwrichtende houding aannam tussen mij en mijn vader. Ik raakte hem meer en meer kwijt aan zijn nieuwe familie. De twee stiefzussen hadden mijn plek ingenomen. Zo ontrok hij zich aan zijn rol als vader voor zijn eigen kinderen.

Mijn plek verschoof telkens mee met de ander.
En daarmee… verloor ik mezelf steeds opnieuw.

Is dit herkenbaar voor jou?

Voor mijn moeder voelde ik mij de strohalm die haar nog verbond met mijn vader. Ondanks dat ze het geprobeerd heeft om alsnog een relatie met mij en mijn broer op te bouwen, na het overlijden van mijn stiefvader, was de schade uit het verleden te groot.


Herhalen; de eigenschap van patronen

Het gekke is dat je iets opzoekt wat je juist niet wilt voelen en dat je blijft teruggaan naar wat je kent ook al is het nog zo pijnlijk en afwijzend. Wat je vroeger hebt gemist of wat pijn deed, daar raak je vertrouwd mee. En dus zet je, zonder dat je het doorhebt, dat patroon voort.

Toen ik volwassen werd, veranderde dat niet vanzelf.
Ik bleef mensen aantrekken die me eerst dichtbij lieten komen en me daarna weer afstootte.

En ik bleef... Wachten tot zij mij weer zouden aantrekken.

Ik gaf mijn tijd, mijn energie, mijn aandacht. Alsof ik wilde bewijzen dat ik het waard was om te blijven.

Ik paste me aan, maakte mezelf kleiner en slikte mijn gevoelens in.
Dat werkte wel. De relaties bleven ‘goed’.

Missie geslaagd. Toch?

Het enige wat ik hoefde te doen, was niet mezelf zijn. En mijn mond houden.

En zo bleef ik precies datgene tegenkomen waar ik ooit al onder gebukt ging.

Zelfs in de band met mijn stieffamilie hield ik dat patroon vast. Wat er ook gebeurde, wat zij ook tegen mij zeiden, ik probeerde het goed te houden. Mijn echte gevoelens? Die waren er wel. Maar zo diep weggestopt dat ze niet te zien en te horen waren. Maar voor mij wel voelbaar.

Ik mocht op de koffie komen, maar alleen als ik het overgrote deel van mijzelf buiten de deur liet. Er mocht zeker niet gepraat worden over mijn pijn en mijn verlangen. En dat doet wat met je eigenwaarde.

Mijn gevoel was een last en te confronterend voor hun opgebouwde leven. Maar ik betrok het op mijzelf; IK was een last, een left-over van iets wat mijn vader niet meer wilde. En dat plaatje ging ik plakken op iedere ontmoeting die volgde in mijn leven.

Van inzicht naar doorbraak, naar 'ik ben'

Pas veel later, toen mijn leven veranderde met mijn eigen gezin en daarna een scheiding met mijn partner, werd zichtbaar voor mij wat ik liet gebeuren en waar ik mijzelf steeds naartoe bracht. Ik zag dat ik niet was wie ik diep van binnen ben. Ik werd wakker in een leven wat niet van mij voelde. Op mijn kinderen na, want zij zijn de twee grootste zegeningen in mijn leven.

Ik ging naar een psycholoog die keurig luisterde naar mijn levensverhaal. Notities maakte en bij elke afspraak leegde ik mijzelf bij hem. Maar echt verder kwam ik niet.

Tot hij mij op een dag een email stuurde. "Beste Priscilla, ik moet onze afspraak verzetten. Heel vervelend omdat je al genoeg in wachtkamers hebt gezeten in je leven. Groet.

"Omdat ik al genoeg in wachtkamers heb gezeten...." Wauw, die kwam wel even binnen.

Van alle gesprekken die we hadden gehad, of eigenlijk waren het mijn monologen, was deze ene zin de start van een keerpunt in mijn leven.
De moker van inzicht.

Mijn god, ik heb gewoon mijn leven lang in een wachtkamer gezeten! Wachten op anderen, tot zij mij toelaten, lief zouden hebben, accepteren, deel maakten van hun leven..... enz.

En toen bleef er weinig anders over dan stoppen met aanpassen en vechten voor 'mijn' plekje. Ik belandde in een burn out. Alle zelfgeknutselde titels en rollen vielen weg.

Maar het zorgde er wel voor dat ik helemaal teruggeworpen werd op de vraag "Wie ben ik?"

In de confronterende stilte ontdekte ik laagje voor laagje wat ik probeerde hoog te houden. Wat ik probeerde te bereiken bij een ander. Deze laagjes pelde ik af tot ik ontdekte dat ik, ik ben. Ik ben. Een waardevolle ziel. Een goddelijk wezen.

In de zoektocht naar mijzelf, kwam ik mijzelf tegen onder alle pijn, onrust en onzekerheid.
En wat was ik blij met deze ontmoeting. Wat fijn dat ik gewoon 'ik' ben. Ik besta en blijf staan, ook zonder de rollen en de verwachtingen.

Door mijzelf ten diepste te leren kennen, kon ik ook mijzelf accepteren wie ik ben. Door mijzelf te zien en te omarmen zocht ik het niet langer bij de ander om mij te valideren.

Ik stapte uit de wachtkamer en in mijn eigen leven.
Wanneer ik voelde dat ik mezelf aan het verlaten was, bijvoorbeeld door ja te zeggen terwijl ik nee voelde, werd ik mij daar steeds sneller van bewust.

Ik koos ervoor om als geheel te leven, zonder delen van mijzelf buiten te sluiten. Ik wist mijn waarde om geliefd te zijn, volledig, zonder voorwaarden. Het was en is een lang, confrontered en leerzaam proces.

Ook deze 'Assepoester' heeft haar prins gevonden. ;-)


Mijn plek in het systeem

Maar hoe nu verder met mijn warrige systeem waar ik uit voortgekomen was? Welke plek was nou van mij?
Het was de plek die ik altijd heb vermeden, want pijn en leegte. Maar ik besefte wel dat ik de realiteit moest omarmen.

Dat betekende dat ik terugging naar de basis.

Ik heb een vader. Ik heb een moeder. En ik heb een broer die mij heel dierbaar is.
Daar ligt mijn plek, dat is mijn lijn. Ongeacht hoe dat gelopen is. Ongeacht wat zij wel of niet konden geven.
Ongeacht hun keuzes. Mijn vader kan de benen nemen, maar de plek behoort hem wel toe.

Door dat te erkennen werd mijn plek in het systeem helder.

Mijn ouders staan boven mij, dat is hun plek.
Ook als zij die plek zelf niet volledig konden dragen.

En ik?
Ik neem mijn eigen plek in, naast mijn broer.
Met de voetjes op de grond, geaard, kun je weer verder groeien.

Stieffamilies en vriendschappen zijn geen vervangingen, het zijn aanvullingen.
Hou het (pijnlijk) echt, gewoon voor wat het is. Ieder heeft zijn plek. Sta ik op mijn plek dan zet ik de ander ook op zijn plek. Of hij/zij daar blijft staan is aan hun.

Vanuit mijn eigen plek in verbinding staan met de ander

Door mijzelf te accepteren en te staan op de plek die van mij is, kon ik in een gezondere verbinding staan met een ander.
Mijn uniekheid kunnen zien als kracht en niet als; 'ik ben anders dan zij, dus ik moet mij aanpassen'.
Maar ook de uniekheid van een ander kunnen zien en het ook lekker bij hun kunnen laten.

Dus wie ben ik?

Ik kan je nog steeds mijn naam geven en iets vertellen over mijn leven.
Maar daaronder ligt iets wat niet meer schuift. Mijn ware zelf.

Ik ben niet wat ik doe.
Niet wat anderen in mij zien of van mij vinden.
Ook niet wat ik heb meegemaakt.

Ik ben degene die dit leven leeft.
Ik ben.


Mijn pad en missie
Tijdens de retraites in Zweden werk ik met de vrouwen rond het thema 'ik ben, ik voel, ik wil en ik hou van'. Waar stop jij je tijd, energie en jezelf in?
Waar kom je vandaan en waar vind je jezelf nu?
Wil jij ook innerlijke reis maken om jezelf weer te ontmoeten? Check dan de retraites in Zweden op de website.